Karl Ove Knausgård (1968) is een Noorse schrijver en vertaler. Hij is vooral bekend dankzij zijn zesdelige autobiografische romancyclus Mijn strijd. Met zijn ambitieuze roman De morgenster laat de auteur zich van een andere kant zien door de paden van het magisch-realisme te verkennen.

Spiegel
Het verhaal speelt zich af tijdens een uitzonderlijk hete nazomer in en rond de Noorse stad Bergen. Plots verschijnt er een reusachtige, heldere ster aan de hemel. Dit markeert het begin van een reeks mysterieuze gebeurtenissen en onverklaarbare verschijnselen. In De morgenster voert Knausgård een bont gezelschap aan personages op. In het eerste hoofdstuk maken we kennis met Arne, een literatuurprofessor die sterk doet denken aan de auteur zoals we hem leerden kennen in Mijn strijd. Samen met zijn psychisch kwetsbare vrouw Tove en hun drie kinderen brengt hij de zomer door in een vakantiehuis. Arne drinkt vaak te veel en ontloopt dan de verantwoordelijkheid voor zijn kinderen. Met zijn vriend Egil voert hij lange gesprekken over literatuur, religie, leven en dood.
“De spiegel, dat wil zeggen het bewustzijn, is de anderen. Het punt is dat we in ons eentje geen mensengedachten kunnen denken, want mensengedachten denken is slechts een potentieel dat we hebben, dat we alleen kunnen realiseren in de cultuur. We denken in de cultuur en we denken met de cultuur. Dus het bewustzijn bracht ons dichter bij elkaar en tegelijkertijd verwijderde het ons van de natuur.”
Magisch sausje
Terwijl Egil de morgenster als een goddelijk teken beschouwt, proberen andere personages een rationele verklaring te vinden voor het verschijnsel. Toch worden ze stuk voor stuk geconfronteerd met het irrationele. Zo ontmoet predikant Kathrine op de luchthaven een man die later dood blijkt te zijn. Niet elk personage speelt een even grote rol in het verhaal: sommigen verschijnen slechts kort, terwijl anderen in latere hoofdstukken opnieuw opduiken. De personages kruisen elkaar af en toe en de verschillende verhaallijnen raken elkaar subtiel. Thema’s als ouderschap, relatieproblemen, alcoholisme en psychisch lijden, die in Mijn strijd al centraal stonden, komen ook nu weer aan bod. Daarnaast gaat Knausgård ook aan de slag met existentiële vragen over het menselijk bestaan en staat hij uitvoerig stil bij thema’s als religie en sterfelijkheid.
“Terwijl ik uit het raam keek, probeerde ik alle huizen en straten naar de achtergrond te duwen en alle bomen en planten naar de voorgrond te halen, om te zien hoe de wereld eruit zou zien als zij de hoofdzaak waren, waar alles om draaide, en niet wij.”
Klimaatverandering
Knausgård beschrijft minutieus alledaagse gebeurtenissen in de levens van zijn personages. Ze rijden naar hun werk, doen boodschappen of spreken af met vrienden. Deze keer besprenkelt hij het alledaagse met een magisch sausje. Natuurverschijnselen spelen een belangrijke rol in De morgenster. Naast de mysterieuze ster duiken er overal onverwachts dieren op: krabben die massaal de weg oversteken, of een zwerm lieveheersbeestjes die het hele terras bedekt. Het is ook uitzonderlijk warm voor de tijd van het jaar. Het boek nodigt je uit om te reflecteren over de impact van klimaatverandering op onze samenleving.
“De wind van de fjord liet alle takken om ons heen langzaam bewegen, liet alle bladeren ritselen. Soms, als de wind toenam, leek het alsof de bomen zich uitstrekten, op hun tenen gingen staan, en zich dan weer ontspanden en terugzakten.”
Levensvragen
De morgenster is een donkere en onheilspellende roman waarin Knausgård het grensgebied tussen het alledaagse en het onverklaarbare aftast. Met veel oog voor detail beschrijft hij twee dagen uit het leven van negen uiteenlopende volwassenen. De roman eindigt met een essay over de dood en de doden, geschreven door Egil. De lange uitweidingen en het grote aantal personages halen het tempo uit het boek, maar geven de lezer tegelijk ook de tijd om stil te staan bij de levensvragen die Knausgård opwerpt. De morgenster vormt het eerste deel van een romancyclus waarin Knausgård het raadsel van de dood en de wens om haar te overwinnen langzaam ontvouwt. De vervolgdelen, De wolven van de eeuwigheid en Het derde rijk, zijn inmiddels ook in het Nederlands verschenen.
“Het is niet zo dat we weten wat we zien, het is omgekeerd: we zien wat we weten.”
2021 – Uitgeverij De Geus – 666 blz. – Vertaling: Marin Mars
