Grand Hotel Europa | Ilja Leonard Pfeijffer

Waardering: 4.5 uit 5.

Ilja Leonard Pfeijffer is een Nederlands dichter en schrijver die in het Italiaanse Genua woont. Hij schreef al een veertigtal boeken, waaronder het bekroonde La Superba. Eind 2018 kwam Grand Hotel Europa uit, een ambitieuze, grootse roman over massatoerisme, immigratie en de Europese identiteit.

Taalvirtuoos

Er zijn weinig schrijvers die de Nederlandse taal zo naar hun hand weten te zetten als Pfeijffer. Hij is een ware taalvirtuoos die speelt met prachtige lange volzinnen en originele metaforen. Hij hanteert een bombastische stijl die erg goed past bij de thematiek en de sfeer van deze roman. Ergens in het boek verwoordt hij het zo:

“Ik moet de klassieke vormen en zucht naar monumentale perfectie niet mijden uit angst om niet modern te lijken, maar de moed hebben om de tijd waarin ik leef te vatten in marmeren zinnen, bronzen woorden en beelden van goud, zilver en jade, en met de beste middelen en materialen uit het verleden een gedenkteken op te richten voor het nu.”

Het boek lijkt soms autobiografisch van opzet, Pfeijffer gebruikt zijn eigen naam, hij vertelt over zijn woonplaats Genua, zijn schrijverscarrière en zijn liefde voor een Italiaanse vrouw. Hij speelt met de lezer en slaagt erin verschillende verhaallijnen en genres met elkaar te verbinden. Op het einde komen al die elementen mooi samen. Hier en daar is er wel eens een mindere passage, die gekunsteld of zelfs een tikkeltje arrogant overkomt. Maar dan slaagt Pfeijffer er meteen weer in om dat om te draaien met een satirische of komische twist. 

Vergane glorie

In de roman trekt het hoofdpersonage Ilja zich terug in Grand Hotel Europa om een boek te schrijven over zijn stukgelopen relatie met Clio. In de oneven hoofdstukken verblijf je samen met Ilja in het hotel en leer je de kleurrijke figuren kennen die er werken of verblijven. Zo maak je al op de eerste pagina kennis met piccolo Abdul, een jonge vluchteling wiens verhaal Ilja meteen intrigeert. Meneer Montebello is de majordomus (een soort maître d’hôtel) van dienst. Hij hecht veel belang aan de traditie en grandeur van het hotel. De prachtige beschrijvingen van de verschillende ruimtes en de personages die er verblijven zijn zorgvuldig neergeschreven. Het lijkt alsof je er zelf te gast bent.

“Hier was de tijd blijven zweven in melancholie en heimwee naar de droom van een schaduw van een rinkelend verleden.”

Grand Hotel Europa kan je het best omschrijven als vergane glorie. De nieuwe Chinese eigenaar, meneer Wang, doet er echter alles aan om het hotel in ere te herstellen en nieuwe gasten aan te trekken. De clash tussen traditie en vernieuwing zorgt soms voor komische passages. Ik denk daarbij spontaan aan het ontwaken van de waternimf, de nieuwe kroonluchter met Swarovski-kristallen (én discostand) of de Engelse pub.

Venetië

In de even hoofdstukken reis je door Ilja’s recente verleden en duik je in het verhaal dat Ilja construeert op zijn hotelkamer. In Genua leert Ilja kunsthistorica Clio kennen. Ze starten een passionele relatie en verhuizen omwille van Clio’s werk naar Venetië. In stijlvol gecomponeerde zinnen leidt Pfeijffer de lezer rond in Venetië, een openluchtmuseum met meer toeristen dan inwoners, en bezingt hij zijn liefde voor Clio.

“Op de muziek van haar gedachten begon ze het moment te strelen met de dans van haar gedecideerd gebarende handen.”

Massatoerisme

Er zijn enkele interessante zijsprongen in dit boek. Zo gaan Clio en Ilja samen op zoek naar een verdwenen schilderij van Caravaggio. Hun (breed uitgesmeerd) onderzoek brengt hen tot in Portovenere en zelfs in Malta. De kunstwerken zijn erg gedetailleerd beschreven en het onderzoek voegt een vleugje mysterie toe aan het verhaal. Ook mooi uitgewerkt zijn de stukken waarin Ilja met een team van filmmakers research doet voor een documentaire over massatoerisme. Zijn ideeën over dit onderwerp komen vaak aan bod. Als hij tafelt met de Pool Patelski, één van de vaste gasten in Grand Hotel Europa, filosofeert hij graag over dit thema. Veel van die interessante beschouwingen kwamen in mijn notitieboekje terecht.

“Vroeger was vakantie een rustperiode. Tegenwoordig is het een gelegenheid tot zelfprofilering die niet gemist mag worden. De tijd dat we de vakantie beschouwden als een periode van ledigheid en ontspanning is voorbij. Wanneer we op reis zijn, zijn we op zoek naar de unieke, authentieke ervaring. Daarbij treden de anderen, die eveneens op zoek zijn naar de unieke, authentieke ervaring, op als stoorzender, want hun aanwezigheid is voldoende om te verhinderen dat onze ervaring uniek en authentiek is.”

Fijn verblijf

Grand Hotel Europa is een indrukwekkende en intelligente roman die een mooi beeld schetst van het Europa van de eenentwintigste eeuw en je blik op toerisme en migratie verruimt. De barokke stijl zal sommige lezers misschien afschrikken, maar door de afwisseling tussen de verschillende verhaallijnen leest deze roman van 547 bladzijden toch erg vlot. Ik verbleef met veel plezier in Grand Hotel Europa.

2018 – Uitgeverij De Arbeiderspers – 547 blz.

La pura vida in Andalucia

Er zijn verschillende mogelijkheden om Andalusië te ontdekken. Maak een rondreis langs de Moorse steden Granada, Sevilla, Córdoba en Málaga. Of kies net als ons voor een vaste uitvalsbasis om van daaruit de streek te verkennen. We verbleven in Casa Pura Vida, een stijlvol gerenoveerde hoeve in Villanueva de Algaidas, in het hart van Andalusië. Daar konden we volop genieten van de prachtige uitzichten, de rust bij het zwembad en de heerlijke Spaanse keuken. We bezochten de belangrijkste cultuursteden in de regio en lieten ons onderdompelen in de Zuid-Spaanse sfeer. La pura vida in Andalucia, dat is ten volle genieten van een puur en authentiek stukje Spanje.

Albaicín – Granada

Granada

Het Alhambra in Granada stond al jaren op mijn verlanglijstje. Het is één van de absolute hoogtepunten van de Moorse cultuur. De tuinen van het Alhambra zijn gratis te bezichtigen, maar voor de interessantste delen (de Nasrid Paleizen) heb je een ticket nodig. Reserveer tijdig je ticket online en respecteer het gekozen tijdstip. Ze laten maar een beperkt aantal bezoekers per uur binnen. Ben je niet op tijd dan kom je er simpelweg niet in. Voor een bezoek aan de volledige site mag je toch bijna een hele dag voorzien. In de Nasrid Paleizen zie je prachtige mozaïeken en andere geniale staaltjes van de islamitische kunst. Vooral Patio de los Leones bleef me bij. De fontein met de marmeren leeuwen is echt ontroerend mooi. Naast de paleizen zijn ook Generalife, het zomerpaleis, en de omringende tuinen zeker een bezoekje waard. Vanuit het Alhambra kan je te voet afdalen naar het centrum van Granada. Wandel door de oude Moorse wijk Albaicín, met haar smalle, schaduwrijke straatjes. In de Calle Calderia vind je heel wat Arabische winkeltjes en theehuizen, echt leuk om eens door te lopen. Vanuit het centrum neem je gemakkelijk de bus terug naar het Alhambra.

Alhambra – Granada

Ronda

Een bezoek aan Ronda staat garant voor mooie uitzichten op de omliggende bergen en valleien. De spectaculaire kloof El Tajo snijdt de stad in tweeën. Vanop de Puento Nuevo heb je het mooiste zicht op de kloof. In het historisch centrum van Ronda kuier je door de smalle straatjes. In het hoogseizoen kan het er wel druk zijn, Ronda is niet zo groot. Ook leuk is een bezoek aan Casa del Rey Moro (huis van de Moorse koning) met de hangende tuinen. Op een kwartiertje rijden van Ronda ligt de Cueva del Gato (Kattengrot), een paradijselijk natuurreservaat met grotten en een natuurlijk zwembad. Het water is extreem helder, maar ook extreem koud, zelfs in de zomer.

El Tajo – Ronda

Sevilla

Sevilla is één van de mooiste steden van Andalusië. Bezoek zeker het Alcázar, het Koninklijk Paleis van Sevilla. Om lange wachtrijen te vermijden koop je best je ticket op voorhand online. Persoonlijk vond ik het Alcázar minstens even mooi als het Alhambra. Ook hier zwerf je urenlang rond in de wondermooie gebouwen en dito tuinen. Maar Sevilla heeft nog zoveel veel meer te bieden. De Barrio de Santa Cruz is de Joodse wijk met sfeervolle, kronkelende straatjes en talloze tapasbars. Metropol Parasol is een moderne, houten constructie waar je geniet van een weids uitzicht op de stad. Vergeet ook Plaza de España niet, een schitterend plein in de vorm van een halve maan. Onder de gebouwen bewonder je de fraaie fresco’s die de verschillende Spaanse provincies voorstellen. Sevilla is een warme stad, letterlijk en figuurlijk. Het is de stad van de flamenco en de tapas. Een dag was te kort om alles te zien. Ooit komen we terug, dat staat vast!

Plaza de Espana – Sevilla

Córdoba

In Córdoba staat een bijzonder gebouw. De Mezquita was tot in de 13e eeuw een moskee. Nu is het een kathedraal. De islamitische elementen zijn echter behouden, waardoor de Mezquita een unieke mix is van religies en bouwstijlen. Je wandelt er door een bos van zuilen en rood-witte bogen. De Judería, de oude Joodse wijk, is een labyrint van smalle straatjes met leuke winkeltjes. Lekker lunchen kan in Mercado Victoria, een overdekte gastronomische markt. In de verschillende kiosken vind je het beste wat de Spaanse keuken te bieden heeft, maar ook de internationale keuken komt ruimschoots aan bod.

Mezquita – Córdoba

Málaga

We parkeerden onze huurwagen in een ondergrondse parking vlakbij de haven van Málaga. De haven is best een fijne plek. We botsten meteen op El Artsenal, een modern kunstencentrum waar lokale kunstenaars de kans krijgen om hun werk tentoon te stellen. Er is een gezellige bar en er zijn regelmatig optredens. Als je van de haven naar het centrum wandelt, spring dan zeker binnen in de Mercado Atarazanas. Dit is een grote overdekte markthal met magnifieke glasramen. Er hangt een luidruchtig, mediterraan sfeertje en je vindt er groenten, fruit en andere etenswaren in alle mogelijke geuren en kleuren. Daarnaast heb je natuurlijk nog de klassiekers: de kathedraal, het Romeins theater, het Alcazaba (Moors fort) en het geboortehuis en standbeeld van Picasso.

Kathedraal – Málaga

Witte dorpjes

Beperk je in Andalusië niet tot de grote steden. Trek ook eens de natuur in of bezoek één van de witte dorpjes (pueblos blancos). Iznájar is zo’n typisch slaperig dorpje met smalle straatjes en witgekalkte gevels. Neem eerst een kijkje bij de Patio de las Comedias, een schattige binnenplaats met potten vol kleurrijke bloemen die de gevels sieren. Klim daarna helemaal naar boven tot aan het kasteel. Daar heb je een adembenemend mooi zicht op de omliggende heuvels én het meer van Iznájar dat uitnodigt tot een verfrissende zwempartij. Mijas is nogal toeristisch. Het witte dorp ligt dan ook aan de Costa del Sol. We bezochten Mijas op de laatste dag van onze reis. Je kan er een ‘ezel-taxi’ nemen, dat hebben we natuurlijk niet gedaan. Wat dan wel? We hebben genoten van de prachtige uitzichten op de Middellandse Zee, gewandeld langs de Plaza de Toros, souvenirs gekocht (souvenirwinkeltjes zijn er in overvloed) en nog een laatste keer geproefd van de heerlijke Spaanse keuken.

Patio de las Comedias – Iznájar

Tapas & more

In Andalusië eet je bijna overal lekker en goedkoop. Zeker in Sevilla is er geen gebrek aan toffe tapasbars. Zoek naar de plekjes waar de locals rondhangen. Lunchen doen de Spanjaarden meestal tussen 13 en 14 uur, dineren rond 21 uur. Twee lekkere tips:

  • Arxiduna (Archidona): lekkere gerechten gepresenteerd als kunstwerkjes op een zeer schone locatie (Plaza Ochavada, een achthoekig plein in barokke stijl).
  • Batik (Málaga): genieten van de moderne Spaanse keuken vanop het dakterras van een hostel met zicht op het Alcazaba.
Casa Pura Vida – Villanueva de Algaidas

Praktisch

We boekten onze reis met Eliza was here. Alles was tot in de puntjes geregeld: vlucht, huurauto (inclusief allrisk verzekering) en verblijf (kamer met ontbijt). Eliza kiest voor kleinschalige vakantieadresjes, weg van de massa. Een aanrader! We reisden eind september en het was nog steeds erg warm, vooral in de steden (ongeveer 35 graden). Daarom vonden we zowel de ligging (op 700 meter hoogte, waardoor het ’s nachts voldoende afkoelde) als de faciliteiten (zwembad, kamers met airco) van Casa Pura Vida ideaal.

Plaza de Espana – Sevilla

Het achtste leven | Nino Haratischwili

Waardering: 5 uit 5.

Het achtste leven (voor Brilka) is een kolossale familiekroniek van de hand van de Georgische schrijfster Nino Haratischwili, die zowel romans als toneelteksten schrijft. Ze woont in Duitsland en schrijft ook in het Duits. Dit is haar eerste roman die in het Nederlands is vertaald. In dit wonderlijke epos van maar liefst 1.275 bladzijden (op dun bijbelpapier) loodst de auteur je door de twintigste eeuw en de geschiedenis van de Sovjet-Unie.

Acht levens

Nitsa Jasji vertelt het verhaal van haar Georgische familie aan haar rebelse nichtje Brilka, de jongste telg van de familie. De roman bestaat uit acht delen (acht levens) waarin telkens één familielid centraal staat. Het verhaal gaat van start in 1900 met de geboorte van Stasia, de overgrootmoeder van Nitsa. Elke generatie komt aan bod. Het achtste leven, dat van Brilka, is echter een blanco leven, want haar geschiedenis moet Brilka zelf nog schrijven. Achteraan het boek staat een stamboom, zeer handig om het overzicht te bewaren. In het begin was ik wat overdonderd door de vele kleurrijke personages en hun complexe relaties, maar uiteindelijk vallen alle puzzelstukjes wel mooi in elkaar, mede dankzij de slimme keuze van de auteur om Nitsa als verteller te introduceren. Nitsa weeft de verhalen aan elkaar, als een wandtapijt, en reconstrueert de geschiedenis van de familie én het Sovjetrijk.

“De verhalen overlappen elkaar, lopen in elkaar over, vergroeien met elkaar – ik probeer dat kluwen te ontwarren, omdat je de dingen na elkaar moet vertellen, omdat de gelijktijdigheid van de wereld niet in woorden te vangen is.”

Chocoladedrank

Stasia is de dochter van een talentvolle chocolatier. Van haar vader erft ze het geheime familierecept voor een uiterst lekkere maar explosieve chocoladedrank die op cruciale momenten in het verhaal telkens weer opduikt. Ze droomt van een balletcarrière, die nooit echt van de grond komt, en huwt met luitenant Simon Jasji, die zich opwerkt in het Sovjetleger. Stasia’s knappe zus Christine trouwt met de rijke Ramas en gaat in Tbilisi wonen, de Georgische hoofdstad. Via Christine, en haar ‘verhouding’ met de ‘kleine grote man’ (Lavrenti Beria), maak je uitgebreid kennis met de wreedheid van het Sovjetregime. Daarna ligt de focus op Kostja, de zoon van Stasia en Simon, die in Leningrad een opleiding tot marinier volgt en meevecht in de Tweede Wereldoorlog.

Kitty

Kostja’s zus Kitty vind ik persoonlijk één van de interessantste personages. Haar jonge leven verloopt nogal dramatisch, maar ze blijft niet bij de pakken zitten. Ze is een vrijgevochten vrouw die noodgedwongen naar het westen vlucht en daar een succesvolle muzikale carrière uitbouwt. Elene is de dochter van Kostja en zijn vrouw Nana. Zij krijgt twee dochters die vaderloos opgroeien, Daria en Nitsa. Terwijl de Sovjet-Unie uit elkaar valt, zoekt de charmante Daria haar weg in de filmwereld, terwijl intelligente Nitsa uiteindelijk in Berlijn belandt. En dan bevalt Daria van Brilka, het nichtje voor wie dit epos geschreven is.

Splinters dromen

Haratischwili slaagt er niet alleen in een vernuftig web van verhalen te spinnen, ze heeft ook veel gevoel voor taal. Ze schrijft helder en vlot en laat ook ruimte voor citaten, socialistische leuzen of liedjesteksten. De meerwaarde van bepaalde fragmenten ontgaat me af en toe, maar ze brengen wel rust in het verhaal. De harde passages over oorlog, foltering of gebroken gezinnen krijgen een zachtere, bijna troostende toets door de mooie zinnen die de schrijfster neerpent.

“Ik had het gevoel dat er al heel lang geleden een stuk van de hemel was afgebroken en een dik wolkendek naar beneden was gevallen, waaruit het nu splinters dromen regende.”

Meesterwerk

Het achtste leven (voor Brilka) is een absoluut meesterwerk. Ik hou van boeken waarin je als lezer de tijd krijgt om de personages te leren kennen. Het zijn mooie, gelaagde, soms tragische personages die na afloop nog een tijdje met je meereizen. Laat je zeker niet afschrikken door de omvang en lees dit prachtig boek over familiebanden, met enkele ijzersterke vrouwen in een glansrol, tegen de achtergrond van de ‘rode’ twintigste eeuw.

2016 – Uitgeverij Atlas Contact – 1.275 blz. – Vertaling: Elly Schippers en Jantsje Post

Normandië | Een roadtrip vol hoogtepunten

Een roadtrip door Normandië stond al een tijdje op onze bucketlist. Normandië is de ideale bestemming voor een korte vakantie. Tijdens onze vijfdaagse roadtrip gingen we op zoek naar de sporen van de Tweede Wereldoorlog. We bezochten de mooiste kuststadjes, zochten naar verlaten stranden en aten fruits de mer. We bereisden het gebied tussen Étretat en Cherbourg en bleven vooral de kustlijn volgen. Een reis met alleen maar hoogtepunten.

Étretat

Étretat is een eerste leuke stopplaats tijdens een roadtrip langs de Normandische kust. Vroeger was dit een klein vissersdorp, nu haalt Étretat zijn inkomsten grotendeels uit het toerisme, met dank aan zijn hagelwitte krijtrotsen of Falaises. De beroemde olifant die met zijn slurf de zee kust staat garant voor mooie plaatjes. Verder is Étretat een druk bezocht, klein en charmant kustplaatsje waar we maar een klein uurtje rondhingen. Tip: parkeer je wagen buiten het centrum op één van de gratis parkings, na ongeveer een kwartier wandelen sta je aan de krijtrotsen.

Etretat

Honfleur

Via de Pont de Normandie bereik je het schilderachtige havenstadje Honfleur. Honfleur is vrij toeristisch, maar slaagt er ondanks de drukte toch in gezellig te blijven. In de pittoreske straatjes bewonder je de oude huizen die zo typisch zijn voor de streek. Bekende impressionistische schilders als Monet en Boudin lieten zich inspireren door de charmes van Honfleur. Spring eens binnen in één van de talloze kunstgalerijen of originele winkeltjes. Of nestel je op een terras in de prachtige oude vissershaven, de Vieux Bassin. Naast de haven is ook de houten Sint-Catharinakerk een belangrijke trekpleister, zowel de kerk als de klokkentoren zijn een bezoekje waard.

Honfleur

Cabourg

Cabourg is een elegante badstad waar je flaneert langs de strandboulevard of schelpen raapt op het uitgestrekte zandstrand. Vanop het strand heb je het mooiste zicht op het Grand Hôtel, een monumentaal hotel uit de belle époque waar schrijver Marcel Proust een tijdje logeerde. Voor de liefhebbers van Proust: de fictieve badplaats ‘Balbec’ in À la recherche du temps perdu is gebaseerd op Cabourg. Ook de promenade langs het strand draagt zijn naam. Combineer je strandbezoek met een wandeling door het centrum van Cabourg en bewonder de vele statige villa’s en de mooi onderhouden tuinen en parken.

Cabourg

Oorlog en vrede

Soms durft het wel eens regenen in Normandië. Op een regendag hoef je je echter niet te vervelen. In deze regio zijn namelijk veel interessante musea. Het Mémorial de Caen is een imposant, modern museum gewijd aan oorlog, vrede en de bewogen geschiedenis van de 20ste eeuw. Het museum bestrijkt de periode van het einde van de Eerste Wereldoorlog tot het einde van de Koude Oorlog. Door de combinatie van licht, geluid, film en animatie is het net alsof je in een andere wereld rondloopt. De persoonlijke getuigenissen grijpen echt naar de keel. Neem je tijd voor een bezoek aan dit museum: voorzie toch zeker een halve dag, want je krijgt heel wat info én emoties te verwerken. Na je bezoek aan het museum heb je nog de mogelijkheid om een ondergrondse bunker van het Duitse leger te bezichtigen. Als je slechts de tijd hebt om één oorlogsmuseum te bezoeken, kies dan sowieso voor het Mémorial.

Mémorial de Caen

D-Day

Op 6 juni 1944 begonnen de geallieerden aan een grootschalig offensief om de Duitse troepen terug te dringen. Een autoroute langs de verschillende invasiestranden (wij bezochten vier van de vijf stranden) is een echte aanrader. Start je roadtrip in Juno Beach, het strand waar de Canadese troepen aan land kwamen. Er is een bezoekerscentrum en er zijn verschillende monumenten opgericht. Vanuit Arromanches heb je een mooi zicht op Gold Beach, waar de Britse troepen landden. In zee zie je de kunstmatige Mulberry havens liggen. Even ten westen van Arromanches ligt de batterij van Longues-sur-Mer, een onderdeel van de Duitse Atlantik Wall. De kanonnen zijn goed bewaard gebleven en het desolate landschap draagt bij tot de aparte sfeer.

Longues-Sur-Mer

Omaha & Utah

Tijdens je Normandiëtrip moet je sowieso even halt houden bij het Normandy American Cemetery & Memorial, een bijzondere en aangrijpende plek in Colleville-sur-Mer. Op het kerkhof liggen 9.387 Amerikaanse soldaten begraven. Het is er oorverdovend stil. Ga vooraf binnen in het bezoekerscentrum, naast zeer informatief is het centrum ook een ontroerend eerbetoon aan de overleden soldaten. Iets verderop ligt Saint-Laurent-sur-Mer. Parkeer je wagen en bezoek Omaha Beach, nu een mooi, rustig stukje strand, maar in 1944 het decor voor de hevigste gevechten. Er staan verschillende monumenten die de bevrijding herdenken. Volgende tussenstop: Pointe du Hoc, een grote site bezaaid met bommenkraters , afgebakend door steile kliffen die onbevreesd de zee induiken. Het meest westelijke invasiestrand is Utah Beach, gelegen in Sainte-Marie du Mont. Ook hier zijn verschillende monumenten opgericht en is er een klein museum.

Normandy American Cemetery – Colleville-sur-Mer

Parachute

In Sainte-Mère-Église, vlakbij Utah Beach, bezochten we het Airborne Museum, gewijd aan de parachutisten van de 82e en 101e Airborne Division. Het museum ligt tegenover de kerktoren waaraan paratrooper John Steele met zijn parachute bleef hangen (ter ere van Steele hangt er nog steeds een parachute aan de toren). Het Airborne Museum bestaat uit verschillende ruimtes. In één ervan ga je aan boord van een zweefvliegtuig en herbeleef je de strijd om Sainte-Mère-Église vanuit het oogpunt van de soldaten. Heel spectaculair allemaal.

Sainte-Mère-Église

Ruige kusten

Cherbourg is de grootste stad van het schiereiland Cotentin, het is er vrij druk, veel mensen nemen hier de ferry naar Groot-Brittannië. Een schoonheidsprijs zal Cherbourg nooit winnen, maar voor ons was het de ideale uitvalsbasis om een onbekender stukje Normandië te ontdekken. Een autorit langs ruige kusten brengt je in Saint-Vaast-la-Hougue. Maak een wandeling rond de toren en vestingen van de bekende bouwmeester Vauban terwijl de zee rondom je wild tekeer gaat. In deze streek vind je nog echt verlaten stranden waar je op een mooie zomerdag in alle rust van zon, zee en strand geniet. Barfleur is een oergezellig kustdorpje met een idyllisch vissershaventje. De ideale plek om even te verpozen op een terras met zicht op zee. Op de terugweg naar Cherbourg hielden we nog halt bij de vuurtoren van Gatteville, één van de hoogste vuurtorens van Frankrijk.

Barfleur

Ook naar Normandië?

Heb je zin gekregen in een roadtrip door Normandië? Zin om de hoogtepunten van Normandië zelf te gaan ontdekken? Vooral doen, maar lees eerst nog even onze tips:

  • Op Franse wegen moet je tol (péage) betalen. Op de Pont de Normandie betaal je 5,50 euro voor de oversteek.
  • Overnachtingstip voor Honfleur: La Lirencine. Deze kleine, sfeervolle B&B is rustig gelegen en ligt toch op wandelafstand van alle interessante plekken in Honfleur. Eigenaar Annick zorgt voor een gastvrije ontvangst. De kamers zijn origineel ingericht en het ontbijt is top.
  • Proef lokale streekproducten zoals camembert, cider en al het lekkers dat de zee te bieden heeft. Ga naar Côté Resto in Honfleur voor de uitstekende zeevruchten en het gezellig terras met zicht op de Sint-Catharinakerk.
  • In Le Plouc 2 genoten we van een heerlijk diner aan een correcte prijs. Aanrader!
Honfleur

4321 | Paul Auster

Waardering: 4.5 uit 5.

New Yorker Paul Auster heeft al een omvangrijk oeuvre bij elkaar geschreven, maar je mag 4321 gerust zijn magnum opus noemen. Hij presenteert vier verhalen voor de prijs van één in dit boek uit 2017 dat ruim 900 bladzijden telt. In het eerste hoofdstuk maak je kennis met Archie Ferguson, enig kind van Rose Adler en Stanley Ferguson. Na het relaas van de ontmoeting van Rose en Stanley en de geboorte van hun zoon, splitst het verhaal zich op in vier verschillende verhalen: de vier mogelijke levens van Archie. Een interessant uitgangspunt dat Auster op indrukwekkende wijze uitwerkt.

Ode aan het schrijverschap

De vier verhalen zijn verschillend, maar toch ook gelijklopend. Literatuur, film, politiek, sport, familiebanden, relaties en seksualiteit spelen een belangrijke rol in de vier levens van Archie. Auster verweeft behoorlijk wat autobiografische elementen in de roman (zoals zijn passie voor Frankrijk en zijn fascinatie voor honkbal). In elk van de vier levens staat ook de liefde voor het geschreven woord centraal. In het ene leven vertaalt Archie gedichten, in een andere gedaante schrijft hij verhalen of is hij journalist. In zekere zin is dit boek dus ook een ode aan het schrijverschap en de literatuur. 

Keuzes

De gelijkenissen en verschillen in de vier verhalen staan symbool voor de keuzes die het leven vormgeven. Keuzes die je zelf maakt of die mensen rondom je maken zijn bepalend voor jouw levensloop. Maar zoals in de meeste van Austers boeken speelt ook hier het toeval een belangrijke rol. Je kent nooit op voorhand alle mogelijke gevolgen van je keuzes, en kleine, toevallige gebeurtenissen kunnen je leven onherroepelijk veranderen. 

“De tijd bewoog zich in twee richtingen, omdat elke stap in de toekomst een herinnering meebracht aan het verleden, en al moest Ferguson nog vijftien worden, hij had al genoeg herinneringen verzameld om te weten dat de wereld om hem heen voortdurend vanuit zijn innerlijke wereld werd vormgegeven, zoals de manier waarop iedereen de wereld ervoer ook vanuit de eigen herinnering werd vormgegeven, en dat hoewel alle mensen onderling verbonden waren door de gezamenlijke gedeelde ruimte, hun reis door de tijd toch steeds een andere was, wat inhield dat iedere mens weer in een iets andere wereld leefde.”

De sixties

De band met Amy Schneiderman (de ene keer is ze zijn geliefde, de andere keer zijn nicht of zijn halfzus) is een bepalende factor in Archie’s leven: Amy is een luisterend oor, een steun en toeverlaat, een bron van verdriet en verlangen. Samen met Archie en Amy reis je door de tijd. Het boek neemt je mee op sleeptouw, naar het New York en Parijs van de jaren ‘60. De Vietnamoorlog, de rassenrellen en de studentenprotesten op de universiteit spelen allen een prominente rol in de roman, al vind ik dat de opstand aan de universiteit iets te breed wordt uitgesmeerd.

Verhalenweb

Auster schotelt je een ingenieus web van verhalen voor en vraagt concentratie en doorzettingsvermogen in ruil. De vier verschillende verhaallijnen brengen je soms in verwarring. Verlies je echter niet in de details en de vele zijsprongetjes, maar laat je meeslepen en ontdek zoetjesaan de ware schoonheid van deze lang uitgesponnen coming-of-age roman. Als je leesroes langzaam uitdooft zal je misschien net als ik met een nostalgisch gevoel terugdenken aan deze verrukkelijk lange leesmarathon.

2017 – Uitgeverij De Bezige Bij – 941 blz. – Vertaling: Ronald Vlek